Geschiedenis van de naambandjes.

Een naambandje is een 2 tot 3 cm brede gekleurde band waarop in kapitale letters de naam van het regiment of korps is ingebracht en waarvan de lengte is aangepast aan de tekst.

Het naambandje werd gedragen op de beide bovenarmen van het jak-VT tegen de schoudernaad.

Het eerste Nederlandse naambandje werd gedragen door de Brigade “Prinses Irene” hetwelk in vorm gelijk was aan die welke in het Britse leger in gebruik waren.

Hoewel de naambandjes bij de naoorlogse Nederlandse Krijgsmacht algemeen ingang hadden gevonden (dit in navolging van de Engelsen en Canadezen met hun “shoulder titles”) heeft het KNIL de naambandjes nimmer algemeen ingevoerd. Dit uit praktische overweging: ze sleten snel in de tropen zodat ze regelmatig vervangen moesten worden, hetgeen niet alleen een tijdrovende, doch ook een kostbare zaak was.

Met het uitkomen van landmachtorder nr.57/1947 ‘korpsonderscheidingstekenen’ genoemd later, in oktober 1961 werd dit veranderd in ‘naamlint, bovenbouw’. Door de troep ook wel ‘straatnaam’genaamd. Ik zelf hanteer het begrip : ‘naambandje’.

De kleuren van de letters en het band kwamen veelal overeen met de kleuren van het achtergrondje van het baretembleem. Met een MB van 12 december 1962, nr. 62.1204/2U verviel het naambandje daar het op het tweekleurige veldtenue niet meer werd gedragen.